01

Kies hoe beweging eruit moet zien

Een kortere belichtingstijd kan beweging scherper vastleggen. Een langere tijd kan een zichtbaar bewegingsspoor geven. Een bewogen onderwerp en cameratrilling zijn verschillende oorzaken van onscherpte.

02

Kies welke diepte belangrijk is

Het diafragma beïnvloedt de hoeveelheid licht die door de lens komt en is één van de factoren die de scherptediepte bepalen. Ook afstand, brandpuntsafstand en de manier waarop je het beeld bekijkt doen ertoe.

03

Gebruik ISO bewust

Een hogere ISO-instelling kan de weergegeven helderheid verhogen, maar verzamelt op zichzelf geen extra licht. Het resultaat en de ruis hangen ook af van je opname en camera. Bewaak eerst de beweging en scherpte die je nodig hebt.

Meer achtergrond: Fujifilm — The Exposure Triangle

Wil je dit verder oefenen?

Fotografeer met rust

Neem de tijd voor de uitleg, opdrachten en printbare werkbladen in het volledige praktijkwerkboek.

Bekijk het werkboek